VVSP-studiedag “Neuropsychologie in schoolcontext”

banner

Studiedag VVSP (Vlaamse Vereniging voor SchoolPsychologie)

banner_tekstVrijdag 18 maart 2016, 10 – 16 u

Locatie: Vormingscentrum Guislain, Gent

U kan hier de presentaties downloaden en enkele foto-impressies van deze studiedag bekijken

download

Op het programma:

9u30 Ontvangst
10u Verwelkoming door de VVSP voorzitter, dhr. P. Lancksweerdt
Moderator Mevr. N. Hermans (Thomas More)
10u15 Prof. E. Thiery – School neuropsychologie en het begeleiden van de leerling met een bemoeilijkte ontwikkeling van de executieve functies
11u20 Prof. D. Baeyens – Ontwikkeling en kwaliteit van executieve functies: de (schoolse) omgeving aan zet?
13u30 Mevr. M. Craeynest & K. Omey – www.howtotest.be: een digitaal platform voor de neuropsychologische testpraktijk
14u35 Prof. C. Lafosse – De kracht van een ‘growth’ mindset bij leerling, ouder, leerkracht en deskundige
15u45 Afsluitende receptie

Ons doelpubliek:

zijn voornamelijk CLB-ers, maar ook andere zorgverleners die werken met leerlingen, zijn erg welkom! Een voldoende basiskennis van psychologie is aangewezen om deze studiedag op een vlotte manier te kunnen meevolgen.

Deelname prijzen:

Inbegrepen: Koffie & koeken bij ontvangst, walking broodjeslunch & eventuele deelname aan de afsluitende receptie!
VVSP-leden: 50 €
Niet VVSP-leden: 70 €
Studenten: 25 €

arrows-hand-clear-pointer-downDE INSCHRIJVINGEN ZIJN AFGESLOTEN.

Inschrijvingen worden afgesloten op vrijdag 11 maart 2016 of als het maximum aantal deelnemers (200) is bereikt.

De sprekers, met korte inhoud van hun presentatie:

Evert Thiery

Prof. dr. Evert Thiery is neuropsychiater (UGent).  Hij doceert aan de interuniversitaire Postacademische Vorming Klinische Neuropsychologie (UGent – VUB – KUL) en aan het Instituut voor Toegepaste Neurowetenschappen (Vrije Universiteit Amsterdam).  Hij leidt een gedragsneurologisch en neuropsychologisch georiënteerde Consultatie te Gent.
Hij is past president van de Belgische Vereniging voor Neurologie en actueel vice president van de Vlaamse Vereniging voor Neuropsychologie.
Zijn wetenschappelijke bijdragen in boeken en zijn publicaties als auteur of co-auteur in nationale en internationale tijdschriften handelen hoofdzakelijk over gedragsneurologische en neuropsychologische themata. In het bijzonder over de sleutelpositie van de neuropsychologie halfweg de neurobiologie en de neuropsychiatrische diagnostiek en therapie.
Als ondervoorzitter van Twins stuurt hij mee het internationaal befaamde Tweelingenregister EFPTS.  In het kader hiervan verricht hij nature/nurture research over neurocognitieve, psycho-affectieve en algemeen epidemiologische aspecten bij monozygote en dizygote tweelingen.
Hij verricht ook onderzoek naar de geheugenontwikkeling in school neuro-psychologisch perspectief en hij investigeert samen met Prof. dr. Catherine Derom en Prof. dr. Jim van Os het aandeel van erfelijkheid en omgeving op de lateralisatie en op de neurocognitieve ontwikkeling.

School neuropsychologie en het begeleiden van de leerling met een bemoeilijkte ontwikkeling van de executieve functies
De neuropsychologie bestudeert de relatie tussen hersenfunctie en cognitie, emotie en gedrag. Steeds wordt getracht een beter inzicht te verwerven hoe specifieke hersenstructuren menselijk gedrag realiseren en hoe dit teloorgaat bij een aangeboren of verworven ontwikkelingsstoornis of bij een hersenbeschadiging.
Door de erkenning dat problemen met leren en gedrag ook in een onderwijscontext moeten begrepen worden vanuit een genetische en/of omgevingsbepaalde problematiek heeft de neuropsychologie haar intrede gedaan in de schoolomgeving. Er is langzamerhand een wetenschappelijk ondersteunde tak binnen het neuro-psychologisch werkveld ontstaan, de school neuropsychologie, met concrete implicaties naar behandeling, begeleiding en een transdisciplinaire aanpak toe.

Daarbij verdienen kinderen en jongeren die bemoeilijkt evolueren door beperkingen van de executieve functies bijzondere aandacht.
De executieve functies maken het de leerling mogelijk complex gedrag en in het bijzonder nieuwe leerstof aan te leren en toe te passen waardoor het hem/haar mogelijk wordt automatisch en routinematig gedrag af te wisselen met nieuw, probleemoplossend en creatief gedrag.
De executieve functies kunnen op stoornisniveau tekortschieten, wat alsdan erg storend en lang aanhoudend is evenals een gericht therapeutisch aanbod vergt.
Er zijn ook heel wat kinderen en jongeren bij wie de beperkingen min ernstig aanwezig zijn al dan niet verweven met andere ontwikkelingsproblemen.

Deze lichte tot matige executieve beperkingen moeten als leerhinderende factor herkend worden om adequaat te worden aangepakt. CLB en school spelen daarbij een cruciale rol.
Met kennis van zake kan vaak door lichte aanpassingen van het leeraanbod heel wat ten goede worden bereikt. Hierop wordt concreet in het laatste deel van de voordacht ingegaan.

Dieter Baeyens

Prof. Dr. Dieter Baeyens is als klinisch psycholoog verbonden aan de onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek van KU Leuven. Zijn onderzoeksfocus ligt op interventies bij ADHD en ASS in de hulpverlenings- en onderwijscontext.

Ontwikkeling en kwaliteit van executieve functies: de (schoolse) omgeving aan zet?
Executieve functies (EFs) verwijzen naar een set van cognitieve functies die instaan voor functionele gedachten en gedragingen om toekomstige doelen te bereiken. EFs spelen dan ook een centrale rol in het schools presteren (bv. rekenen, lezen en spellen) en functioneren (bv. impulsbeheersing) van leerlingen. Omgekeerd worden verschillende stoornisbeelden (bv. ADHD) geassocieerd met executief disfunctioneren. Als gevolg hiervan wonnen (remediërende) gecomputeriseerde EF-trainingen pijlsnel aan populariteit. Onderzoeksgegevens bevestigen het belang van dergelijke EF-trainingen maar wijzen tegelijk ook op het gevaar van te hoge verwachtingen (bv. beperkte duurzaamheid en transfer van aangeleerde vaardigheden). In deze bijdrage bespreken we het multidimensionele EF-concept vanuit een ontwikkelings- en contextgericht perspectief. We gaan hierbij na of schoolse contextfactoren (voor specifieke leerlinggroepen) kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van EFs en welke specifieke subcomponenten van het EF-construct het schools presteren en functioneren voorspellen. Suggesties ter bijkomende ondersteuning van gecomputeriseerde EF-trainingen worden geformuleerd.

Miet Craeynest & Kathleen Omey

Miet Craeynest is klinisch psycholoog en doctor in de psychologische wetenschappen. Kathleen Omey is klinisch psycholoog, neuropsycholoog en psychotherapeut. Beiden zijn als lector verbonden aan de opleiding Bachelor Toegepaste Psychologie van Howest. Ze doceren er onder andere modules die betrekking hebben op (neuro)psychodiagnostiek en zijn respectievelijk projectleider en projectmedewerker van het PWO-project www.howtotest.be. E-mail: miet.craeynest@howest.be

www.howtotest.be: een digitaal platform voor de neuropsychologische testpraktijk
Neuropsychologische tests worden gebruikt in diverse sectoren van het psychologische werkveld. Onderzoek wijst echter uit dat de kwaliteit van de Vlaamse testpraktijk vaak bedroevend is. De meeste problemen hebben betrekking op het ontbreken van recente Vlaamse normen, een beperkte kennis van nieuw en degelijk testmateriaal, de hoge kostprijs van nieuwe tests, en een gebrek aan tijd om de standaardisatierichtlijnen correct te volgen.
Om aan deze problemen tegemoet te komen, ontwikkelden we een website. Ten eerste biedt die een overzicht van alle bestaande neuropsychologische tests. Ten tweede bevat de website een aantal online tools die het afnemen en scoren van een enkele veelgebruikte gratis tests vereenvoudigt. Ten derde worden door studenten en door professionals die de scoring tools gebruiken data verzameld, die vervolgens kunnen worden gebruikt voor normeringsonderzoek. Als laatste is er ook een forum aan de hand waarvan psychodiagnostici met elkaar kunnen communiceren over hun testgebruik en -ervaringen.

Christophe Lafosse

Christophe Lafosse, is Doctor in de Psychologie (PhD) met specialisatie in de Klinische Neuropsychologie. Hij is als Directeur Strategie en Wetenschappelijk Beleid en als klinisch neuropsycholoog verbonden aan het Revalidatieziekenhuis RevArte te Edegem. Hier is hij tevens Hoofd van de dienst Psychologie en Logopedie. Binnen het Revalidatieziekenhuis RevArte is hij medecoördinator van de Hersenletselkliniek. Als Gastprofessor is hij verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven (Faculteit Psychologie en Pedagogie), aan de Vrije Universiteit Brussel (Faculteit Kinesitherapie en Revalidatiewetenschappen) en aan de Thomas More Hogeschool. Aan deze onderwijsinstellingen zijn er les- en onderzoeksopdrachten in het domein van de Klinische Neuropsychologie, Gedragsneurowetenschappen en Revalidatiepsychologie. Hij is medeoprichter en bestuurslid van de Belgian Society for Neurorehabilitation (BSNR), de interuniversitaire Postacademische Opleiding Klinische Neuropsychologie en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Neuropsychologie (VVNP). Hij zit ook in de Raad van bestuur van de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontopsychologie en in de Raad van Bestuur van Breinwijzer vzw. Recent kreeg hij ook de Jaarprijs voor Wetenschapscommunicatie van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.

De kracht van een ‘growth’ mindset bij leerling, ouder, leerkracht en deskundige.
In het domein van de cognitieve neurowetenschappen geraken begrippen als neuroplasticiteit en connectoom stilaan ingeburgerd. Dit brengt onze opvattingen over de mogelijkheid tot veranderen, groeien en maakbaarheid onder de aandacht. Er is hier een duidelijke link naar het leren. Leerprestaties hangen niet enkel samen met cognitieve, maar ook met zogenaamde niet-cognitieve factoren, zoals het stellen van prestatiedoelen, attributies en opvattingen over de “maakbaarheid” van hun bekwaamheid en hun intelligentie.
Carol Dweck introduceerde de begrippen growth en fixed mindset. Mensen met een growth mindset geloven dat hun bekwaamheid kan groeien (door inspanning, herhaling, …) terwijl mensen met een fixed mindset er vanuit gaan dat hun bekwaamheid vast ligt. Welke mindset iemand heeft, beïnvloedt hoe iemand staat tegenover inspanning, falen, uitdaging en feedback. Vanuit iemands mindset ontspringen afgeleide gedachten in vele (schoolse) situaties die met leren te maken hebben. Bijvoorbeeld, “Ik zal maar doen alsof ik het begrijp, anders zien ze dat ik niet slim ben.” “Dit deel van wiskunde vind ik echt moeilijk. Dat betekent waarschijnlijk dat wiskunde toch niets voor meisjes is.” Dat betekent dat iemand vanuit zijn mindset eerder wel of niet in staat zal zijn om doelgericht gedrag vol te houden, wat nodig is om schoolse opdrachten af te werken. Iemands opvattingen over leren en bekwaamheid hebben een invloed op de leerstrategieën en de sociale vaardigheden die iemand in schoolse situaties inzet.
Het verband tussen mindset en cognitieve processen werd in verschillende studies onderzocht. Zo correleert iemands mindset met de corticale activiteit als reactie op feedback. En iemand met een fixed mindset zal na een moeilijke taak minder goed presteren op een test voor executieve functies.
Als de doelstelling van ons onderwijs is om kinderen te vormen tot jongvolwassenen die klaar zijn om levenslang te leren, dan is een goede mindset welkom. Gelukkig wijst onderzoek uit dat mindsets gewijzigd kunnen worden door interventies op verschillende leeftijden en in verschillende contexten. In deze uiteenzetting wordt het concept ‘mindset’ verder verduidelijkt en kritisch besproken.

Noortje Hermans

Neuro- en revalidatiepsychologe, is werkzaam als lector aan Thomas More te Antwerpen. Daarnaast is ze auteur van het boek ‘Breinzicht: Toegepaste neuropsychologie bij niet-aangeboren hersenletsel‘ (Academia Press, 2015).

locatie_Ghuislain_Vormingscentrum